Stichting Hulp aan Nepal

werkbezoek 1999

Verslag 1999 van een werkbezoek van een paar leden van onze stichting 

In april 1999 bezochten wij voor de zevende keer Nepal. We kennen het land ondertussen vrij goed van de wandelvakanties die we er gedurende de laatste tien jaar met enige regelmaat hebben doorgebracht. Tijdens die vakanties hebben we diverse Nepalese vrienden en kennissen gekregen.

Toch werd het dit keer een afwijkende vakantie.
We gingen dit keer vooral op pad om voor de stichting Hulp aan Nepal een aantal scholen en gezinnen te bezoeken.

 

Deze stichting heeft als doelstelling kansarme kinderen in Nepal de mogelijkheid te bieden een schoolopleiding te volgen. Namens de stichting gingen we ook op zoek naar een nieuw project omdat de stichting van een aardige mevrouw uit Nederland voor dit doel een schenking gekregen had.

De eerste dagen van ons verblijf in Kathmandu besteden we voor het bezoeken van reeds bestaande projecten. Overal waar we komen worden we hartelijk ontvangen. We zijn blij te zien dat de resultaten van de door de stichting gesponsorde kinderen zo goed zijn. Ze doen echt hun best om de hen geboden mogelijkheid een opleiding te volgen tot een goed eind te brengen.

 

Bij de Mount Valley school, een school met 450 leerlingen, die deels intern zijn en deels een dagopleiding volgen, was men bezig op een braak liggend stuk grond met het aanleggen van een sportterrein en een buiten-zwembad.
Er zijn in Nepal nauwelijks faciliteiten om op een goede manier en onder begeleiding sport te beoefenen. Omdat er in heel Nepal eigenlijk geen meter vlak is moet er heel wat graaf- en hakwerk worden verricht. Het water van het openluchtbad komt van een natuurlijke bron. Omdat het geld op is wordt er niet meer aan doorgewerkt. Helaas kan de stichting ze niet aan de nog benodigde 15.000,00 helpen. Ik kan ze slechts beloven om terug in Nederland bij de overheid en andere hulporganisaties een poging te doen om ze bij dit project te helpen.

 

Deze aanvragen zijn later helaas afgewezen omdat dit project nergens onder de doelstellingen van deze organisaties viel.

Later hadden we een gesprek met Hari Dharel. Hari is directeur van een reisbureau, die al zeven jaar kennen. We hebben hem leren kennen als iemand die zeer betrouwbaar, gelovig (religieus) en sociaal betrokken is. Hij trekt zich ook het lot van zijn meestal veel armere landgenoten aan. Tijdens dat gesprek wordt ons idee bevestigd dat de situatie op het platteland economisch veel slechter is dan in vooral de Kathmandu vallei en bijvoorbeeld de directe omgeving van Pokhara, de tweede grote stad van het land.

 

De stroom van ontwikkelingsgelden uit het buitenland komt over het algemeen niet verder dan de rand van de Kathmandu vallei. De regering doet in de verkiezingstijd wel allerlei beloften, maar komt die uiteindelijk niet of nauwelijks na. Dit heeft de laatste tijd al regelmatig tot ernstige onlusten geleid in de berggebieden, waarbij zelfs doden zijn gevallen. Een en ander heeft tot gevolg dat de kans op onderwijs in de bergen aanzienlijk kleiner is dan in de stad.

Het leek ons dus goed om juist daar de mogelijkheden van een nieuw project te bekijken.
Hari bood me aan in een afgelegen regio een schooltje te bezoeken. Uiteindelijk kozen we voor het plaatsje Jamrung in het District Dhading. Het is een berggebied dat dit zich uitstrekt aan de voet van de Ganesh Himal, een beroemde berg van zo'n kleine 8.000 m hoog. Het reisbureau van Hari maakt in dit gebied tijdens het trekking-seizoen (maart-april en oktober-november) ongeveer 3 keer per week met toeristen een zogenaamde tenttrek.
In het gebied zijn geen lodges of hotelletjes.

Met een door Hari gehuurde jeep slaan we na een paar uur rijden op de weg Kathmandu - Pokhara rechtsaf naar het noorden. Na een rit van ruim 4 uur over zeer slechte en stoffige zandpaden bereiken we het begin van het plaatsje Jamrung waar onze tenten worden opgezet voor de overnachting.

Vervolgens lopen we nog een klein half uur om de school te bereiken.

De school is een streekschool waar zo'n 450 leerlingen studeren. Het onderwijs gaat er tot en met klas 10. De leerlingen kunnen dan examen doen voor SLC (staatsexamen).

De school is bedoeld voor een groot gebied. Sommige leerlingen moeten tot meer dan 10 kilometer lopen om de school te bereiken.


Het schoolgebouw bestaat uit een aantal gebouwen dat wij schuren zouden noemen. Die zijn in kleine klaslokaaltjes verdeeld. Klein maar wel doelmatig. Gelukkig staat de school op een groot terrein waar volop plaats is om te spelen. Bij goed weer wordt er wel eens les in de openlucht gegeven. De meubeltjes in de klassen zijn helaas van slechte kwaliteit. Veel tafels en banken zijn gammel en beschadigd. In Nederland zouden ze snel in de afvalcontainer verdwijnen. Met enkele duizenden guldens zou hier veel gerepareerd of vernieuwd kunnen worden. Maar ook hiervoor heeft de stichting helaas geen geld.

 

Diezelfde namiddag hebben we nog een gesprek op de school met het schoolhoofd en de leraren. Tijdens dat gesprek werd duidelijk dat een groot aantal kinderen helemaal niet naar school gaat. Het percentage analfabetisme is nog altijd groot en met name de meisjes hebben de grootste achterstand.

 

 De meeste ouders zien het belang van een schoolopleiding voor hun kinderen wel degelijk in, maar moeten afhaken omdat het geld hiervoor eenvoudigweg ontbreekt. Van de kinderen die wel naar school gaan zijn er een flink aantal die tussentijds afhaken om dezelfde reden en omdat ze de ouders moeten helpen op het land.

Om er zeker van te zijn dat het beschikbare geld daadwerkelijk aan de opleiding van de kinderen wordt besteed, wordt het geld (ook voor de individuele sponsoring) rechtstreeks aan de school beschikbaar gesteld.

Deze school is een staatsschool en de opleiding is als uitgangspunt vrij. Wel blijven er een aantal kosten voor eigen rekening. Dat zijn de aanschaf van schooluniformen. Boeken en schrijf- en lesmateriaal, alsmede een examengeld dat elk jaar moet worden betaald voor deelname aan de overgangsexamens.

Wij komen al snel tot de conclusie dat het door de donateurs van de stichting gestorte geld hier prima besteed zou zijn. In overleg met de schoolleiding bekijken we wat we met de jaarlijks extra beschikbare 3.000,00 kunnen doen.
De totale kosten voor één studiejaar van een groep van 10 kinderen (één uit elk van de klassen 1 t/m 10) bedraagt ongeveer 1000,00. We kunnen dus 30 kinderen aan een opleiding helpen. Helaas moet een veel groter aantal worden teleurgesteld.


In samenspraak met de schoolleiding is vervolgens de volgende dag een selectie gemaakt. Daarbij werden alleen kinderen van de armste mensen van het dorp geselecteerd. Tevens is rekening gehouden met onze wens dat minimaal even zo veel meisjes als jongens dienden te worden geselecteerd. Bovendien is geprobeerd om tot een goede spreiding binnen het gebied dat de school bestrijkt te komen. De verwachting is dat hiervan een stimulerende werking zal uitgaan. Men zal zien dat in de directe omgeving ook kinderen naar school gaan. Reden om extra zijn of haar best te doen.

 

Uiteindelijk is een lijst van 27 leerlingen geselecteerd omdat het de bedoeling is een eventuele sponsoring met ingang van het volgende schooljaar, dus per juni 1999 te laten ingaan. Van klas 10 is daarom niemand geselecteerd. Nieuwe leerlingen voor klas 1 worden per juli 1999 geselecteerd en dan doorgegeven.

Afgesproken is dat de school een bankrekening zal openen waarop sponsorgelden worden gestort. Die gelden kunnen alleen worden opgenomen wanneer daarvoor twee mensen tekenen. Dit zijn het schoolhoofd en de eerder genoemde Hari Dharel, die een toezichthoudende functie is toebedeeld.

 
Ter controle en om de contacten te onderhouden zal door het schoolhoofd jaarlijks een kopie van de overgangsrapporten worden toegezonden. De leerlingen zullen zelf jaarlijks minimaal een kaartje of een briefje sturen.

Die middag worden we door de dankbare bevolking uitgezwaaid en keren we moe maar met een voldaan gevoel terug naar Kathmandu.

Terug in Nederland leggen we de situatie voor aan het bestuur en dat besluit tot sponsoring over te gaan. Ondertussen is een en ander ook administratief geregeld en zijn de eerste betalingen door de school ontvangen. 

Dertig extra kinderen kunnen onbezorgd aan hun toekomst werken.