Stichting Hulp aan Nepal

emails van Ronald 2008

Berichten uit Nepal. 1. September 2008. van Ronald Bloemendaal

Nepal ligt tussen India en China (Tibet). In het westen en het oosten wordt het land ook omsloten door India. Van oost naar west is het zo'n 800 km en van zuid naar noord zo'n 200 km.
Er wonen een kleine 25 miljoen mensen. Nepal is een van de armste landen in de wereld. Het gemiddelde inkomen is € 240 per hoofd van de bevolking per jaar. De helft van de bevolking leeft onder de armoedegrens, ruim 40% is werkeloos. Natuurlijk is het inkomen ongelijk verdeeld: op het platteland en in de bergen verdient men 25% van wat men in de grote stad (Kathmandu) verdient en de helft van het nationaal inkomen gaat naar 13% van de bevolking. 30% van de nationale begroting bestaat uit ontwikkelingshulp. De levensverwachting ligt iets boven de 60 jaar. Ongeveer 40 % van de bevolking is ongeletterd, waarvan 60% vrouw.

Er is 60 km spoorweg en 10.000 km verkeersweg, waarvan 4.000 km onverhard. Er zijn 47 vliegvelden, waarvan 37 onverhard. De grootste steden zijn Kathmandu (de hoofdstad met 750.000 inwoners), Pokhara (200.000), Patan (190.000), Biratnagar (170.000) en Bakhtapur (70.000). Nepal heeft een bijzondere vlag: twee driehoeken onder elkaar met het nationale symbool er in: de maansikkel (kalmte) en de zon (kracht).

Door Nepal lopen in de lengte een drietal heuvel- en bergruggen. In het zuiden en midden ligt de laagvlakte (150-500 m. hoog) en dan gaat het snel omhoog in de Himalaya, waar de hoogste bergtoppen van der wereld liggen. De economie bestaat voor ruim 40 % uit (nog veel kleinschalige) landbouw (rijst, jute, graan, thee en suikerriet), 20 % industrie (veel agro-gerelateerd maar ook tapijtproductie) en 40% (meest niet-hoogwaardige) diensten, met een groeiend aandeel toerisme. Waterkracht biedt potentieel, er lopen grote rivieren vanuit de bergen naar India. In het (deels) gemeenschappelijk beheer ervan gaat het soms mis: zie de recente overstroming in Noord-India. Verder heeft het land nauwelijks energie, grondstoffen en technologie. Economisch en logistiek is Nepal altijd sterk verbonden met India: het is de grootste export- en importmarkt en heeft de enige verbinding met de havenstad Calcutta. De Rhupia is de nationale munt. De huidige koers is ongeveer 100 rhupia tegen 1 euro.

Nepal heeft een lange geschiedenis. In 1768 bracht een krachtige heerser uit Ghorka (het gebied van de strijdlustige Ghurka's die later beroemd zouden worden, eerst tegen en later in het Britse leger) het gezag in één hand. Het land ontwikkelde zich en breidde zijn gebied uit naar alle kanten. Dat leverde in 1792 een conflict op in Tibet met de Chinezen en in 1814 een oorlog met de Britten. In de wapenstilstand daarna werden de huidige grenzen van Nepal bepaald. Het land ging min of meer op slot tot 1951 (Hillary beklom de Mount Everest in 1953).

In 1846 greep een aristocratische dynastie, de Rana, de macht ten koste van het koningshuis, dat werd gedegradeerd tot een ceremonieel instituut.
In 1951 slaagde het koningshuis, de Shah familie, onder druk van onlusten en met behulp van India er in weer geheel aan de macht te komen. Dat bleef zij tot 2008. Tijdens dat bewind is er nooit echt een democratie van de grond gekomen. In 2001 voltrok zich een paleisdrama waarin de kroonprins nagenoeg de gehele Koninklijke familie vermoordde.
De groeiende ontevredenheid onder de bevolking voedde een karachtige Maoïstische verzetsbeweging die de laatste 10 jaar lang streed tegen het regiem. Dat leidde wederzijds tot veel geweld en wreedheid en 10.00 slachtoffers.
Begin dit jaar werd de koning tot aftreden gedwongen, behaalden de Maoïsten de meerderheid in de verkiezingen en werd de basis gelegd voor een democratisch stelsel. Het land heet nu officieel de Federale Democratische Republiek Nepal met een president aan het hoofd.

Bestuurlijk bestaat et land uit 15 zones, 75 districten en 300 dorpen.

Het Nepalese volk bestaat uit meer dan 40 bevolkingsgroepen met een sterk identiteitsbesef en een eigen taal. Het Nepali is de nationale taal die de meeste mensen wel verstaan. Het wordt geschreven in een fonetisch script, met heel veel a- en geaspireerde klanken. In de uitspraak hiervan kan veel misgaan. De taal is afgeleid uit het Sanskriet.  

Op de scholen (volgens het Engelse systeem ) wordt vanaf groep 3 Engels als tweede taal gedoceerd. Het onderwijs is heel eenvoudig, ouderwets klassikaal en met veel ontzag voor de leraar. Veel discipline en stampwerk en weinig individueel en creatief denken. Het openbare onderwijs is weliswaar gratis, maar de bijkomende kosten maken het voor de arme mensen toch vaak te duur. Kinderen moeten ook vaak werken of helpen om het huishouden rond te krijgen. En vaak is er gewoon geen school op reisafstand. De leerplicht wordt dan ook nauwelijks nageleefd. Bij de grote steden zijn de meeste privéscholen gevestigd. De kwaliteit van het onderwijs is hier iets beter, maar ook hier is een chronisch tekort aan geld, leraren en leermiddelen.

De verhoudingen in het land zijn hiërarchisch. Dat komt ook door het kastenstelsel, dat nog steeds overal aanwezig is. Als buitenlander behoor je bij geen enkele kaste, en dus dien je tegenover iedereen bepaalde vormen in acht te nemen. De mensen zijn over het algemeen heel vriendelijk, nieuwsgierig, familiegezind en beleefd.

Godsdienst is overal en voortdurend in het leven aanwezig. 75% is Hindu (volgens de grondwet de staatsgodsdienst), de rest hoofdzakelijk Boedhist (wat er veel op lijkt). Er zijn honderden goden die allemaal meedoen, overal tempels, gebedsplaatsen en talloze momenten en plaatsen voor rituelen. Er zijn dus ook heel veel godsdienstige feesten, die heel lang kunnen duren en het land min of meer plat leggen. 

In Nepal hebben ze een maan/zonkalender, waardoor het nu 2065 is. Het nieuwe jaar begint in April. De zaterdag is de vrije dag. 

Dit is het land waar ik van 6 oktober tot 7 februari zal verblijven.

Ik ga op twee public schools in de buurt van Kathmandu Engelse les geven aan kinderen tussen de 8 en 15 jaar. Als vrijwilliger, met kost en inwoning bij de directie van de school. Ik leef dus volgens hun gewoonten en programma. Het werken en wonen in het land is de hoofdzaak, maar natuurlijk zal ik ook de tijd hebben om rond te reizen. Ik benieuwd wat ik kan bijdragen aan deze samenleving en wat deze bijdraagt aan mij.

Het idee ontstond in het begin van dit jaar, toen ik sterk het gevoel had dat ik nog eens wat anders en vooral ergens anders iets, met mijn leven en mijn kwaliteiten moest doen. Dat idee is ook gevoed geworden door mijn ervaringen tijdens mijn voettocht van de Pyreneeën naar Santiago de Compostella vorig jaar.

Ik kwam al snel terecht bij een kleine particuliere hulporganisatie die op bescheiden schaal maar met veel inzet leerlingen op scholen in Nepal sponsort. De kleinschaligheid en de persoonlijke betrokkenheid spraken mij aan. Via hun heb ik een plaats gekregen op twee van hun scholen. Ik beveel deze stichting van harte aan. Met een paar honderd euro kunnen zij enorm veel goeds doen voor het onderwijs in Nepal. Zie Stichting Hulp aan Nepal, www.hulpaannepal.nl


In de komende maanden zal ik via dit soort nieuwsbrieven familie en vrienden op de hoogte houden van mijn wederwaardigheden.

Ik heb er van af gezien afscheidsfeest te houden; daarmee onthoud ik jullie natuurlijk een vrolijke borrel met lekkere hapjes, maar bespaar ik jullie weer reiskosten. Ik durf daarom de volgende vraag wel te stellen: doe een kleine donatie voor mijn scholen op mijn privérekening (41.93.35.994 met vermelding Nepal) en daarmee kan ik daar dan bijvoorbeeld een schoolreisje bekostigen (bus, kaartjes, eten en drinken) of wat onderwijsmaterialen aanschaffen voor mijn klassen. Via Jacqueline krijg ik wel door hoeveel er is. Ik laat via de nieuwsbrieven weten wat ik met de donaties heb gedaan, dus er is controle.

Of doe een donatie aan de Stichting Nepal, zie hun website.

De volgende brief komt uit Kathmandu. Voor wie mij daar wil bereiken is mijn e-mailadres: rjbloemendaal@yahoo.com
Iedereen het beste toegewenst en tot volgend jaar.
Ronald.

Berichten uit Nepal 2

Ik ben nu een week in Kathmandu. Het is een opwindende ervaring. Mijn hotel ligt in de wijk Thamel. Dat is een oude wijk in het centrum die het echte toeristencentrum is geworden. Iedereen begint hier en zoekt van daaruit zijn weg naar andere plaatsen in de stad. Uiteraard is hier alles duurder dan verderop, maar je kunt dan ook alles krijgen. 13-10-2008. Het is een aaneenschakeling van winkeltjes, restaurants, bars, hotels en daartussen de hele straathandel: tijgerbalsemverkopers, andere verkopers, werkloze jongeren die hopen een of ander klusje op te doen, rickshawrijders, taxi's, bedelaars en wat al niet meer. Je wordt voortdurend aangesproken maar niet al te opdringerig. Verderop in de stad, zeg in de meer volkswijken van het centrum, is het nog drukker. Het leven speelt zich hier af op straat. Het is winter maar toch ruim 20 graden en zon. Het is de periode waarin het hele land stilligt i.v.m. de grote religieuze festivals Dasain en Tihar. Overal in de stad zijn tempels, tempeltjes en mini kapelletjes in een muur. Duizenden denk ik. En overal wordt voortdurend gebeden en worden offers gebracht. Het kan gebeuren dat je opeens staat te kijken naar een geit die de hals word afgesneden, kop eraf en met bloemen versierd voor de schrijn wordt gelegd. De vrouwen zijn prachtig gekleed in fel rode, blauwe, gele of paarse sari's en mooi opgemaakt. Maar ook de mannen zien er netjes uit. Alles krioelt door elkaar maar niet op een stressy manier. Iedereen beweegt, maar lijkt nergens naar toe te gaan. En niemand heeft haast. Er is iets van vriendelijkheid en beleefdheid in het hele gezelschap.

Hoe houden ze het schoon hier, want de stad, alhoewel je de mensen voorturend hun plaats ziet vegen, is stoffig, met afvalhopen en veel slecht of niet geplaveide straten. Je ruikt overal wierrook en een wat onbestemde niet helemaal lekkere geur. Je hoort overal het geluid van bellen (klokken bij een gebedsplaats), getoeter van auto's en motoren en gebel of gepiep van fietsen. Dat heeft geen enkel effect maar klinkt vrolijk. Tussendoor hier en daar een heilige koe (neen, niet de auto) en veel suffende honden. De fiets en de motor zijn het beste vervoermiddel. Op de motor gaan hele families mee ( 5 personen is niet ongewoon) en alleen de bestuurder draagt een helm. En dan hangt er ook nog van alles aan. Wonderbaarlijk dat in dat gekkenhuis geen ongelukken gebeuren. Iets kopen hier is leuk, maar kost veel tijd, want er moet beleefd onderhandeld worden. Ik heb inmiddels een fiets aangeschaft (je blijft Hollander tenslotte), niet duur want van Chinese makelij. Met terugkoopgarantie, als het ding en tenminste niet instort. Maar ze kunnen hier alles repareren. Morgen ga ik voor 2 weken op trekking naar het noorden. Alleen met een gids.

Op 2 november begin ik op mijn school, want die is de hele maand dicht.

Het regelen van de trekking ging op een rare manier bijna mis want opeens zat ik afspraken te maken met een hele andere organisatie, die zich op de een of andere manier ertussen had gewrongen. Het duurde uren voordat ik het doorhad en enige krachtige interventies om duidelijk te maken dat ik dat geen manier van doen vind. Iedereen is hier aardig en op zijn manier uiterst betrouwbaar, maar toch moet je op je eigen gevoel en beslistheid af durven gaan. En accepteren dat het toch anders gaat (of duurder uitpakt) dan je had gedacht. Maar ik moet zeggen dat ik me hier tot nu toe prima op mijn gemak voel. Ondanks de soms duidelijk zichtbare armoede (mismaakten, een lijk van een jongeman bij een tempel ergens, bedelaars, gore arbeidsomstandigheden en vooral de zwervende kinderen) ervaar ik een beschaving die ik in het westen niet zo zie. Interessant is dat de kranten en veel mensen die ik spreek tot nu toe weinig vertrouwen hebben in het nieuwe staatsbestel. Veel achterkamertjes gedoe, beloften en tot nu toe weinig daden. De vorming van regering en parlement zit nog steeds vast in procedurekwesties. Tot slot: het eten is hier lekker (als je los kan van je Europese eten) en niet duur. Wat denk je van een ontbijt India stijl: een soort yoghurtdrankje, een soort gefrituurde luchtige broodjes, omelet en een zeer krachtige saus met groenten en koffie voor 1,25 euro? Dan kun je wel een dagje Ktm aan. En aan het einde van de dag een grote fles koud bier en een praatje met iemand van hier, want dat komt meestal vanzelf. ' s Nachts is het doodstil, na 6 uur is het donker en na 9 uur gaat alles (behalve bars tot 23.00 uur) dicht. En omdat er weinig straatverlichting is, moet je dan heel snel thuis zijn, want anders ben je onmiddellijk verdwaald. De straten hebben hier geen namen. Alhoewel het hier stikt van de buitenlanders (van hippie tot yup tot op leeftijd) heb ik er geen contacten mee. Ben ook nog weinig andere solo's tegengekomen. Loop er ook niet naar te zoeken. Of ligt het aan mij? Het is maar goed dat ik goed solo kan zijn, want je kunt je hier in dit vriendelijke, hete, stoffige, drukke, lawaaierige, geurende gekkenhuis aardig verloren voelen.

Berichten uit Nepal nummer 4

Zaterdag 29 november 2008

We zijn inmiddels een week of 4 op school aan het werk, dus het is tijd voor wat nieuws.

Mijn school is de Mount Valley School en ligt in een dorp een km of 20 west van Kathmandu. Het dorp is vrij arm, zoals de meeste hier. Er wonen zo'n 2000 mensen met rijst- groente- en graanveldjes, zodat het geheel vrij uitgestrekt is. In het centrum staan de huisjes dicht bij elkaar en vind je de gemeenschappelijke watertappunten, de tempels en gebedsplaatsen en een soort grote waterbak die gebruikt wordt voor de was. Omdat bijna geen enkel huis een eigen waterkraan heeft, laat staan een douche, zijn de waterpunten de plaats waar alles gebeurt. Dus een lokale douche betekent tussen een heleboel andere mensen in je onderbroek inzepen en dan onder de straal. Tamelijk fris in deze tijd van het jaar, kan ik je verzekeren. Het water komt uit de bergen en is schoon. Maar even zo vaak zie je iemand in een riviertje zijn behoefte doen of troep gooien en verderop schept iemand een bak water. Tussen de huizen lopen altijd kippen, eenden, honden, geiten en koeien. Interessant is dat steeds meer mensen hier hun grond verkopen aan mensen die uit het drukke KTM weg willen om hier een huis te bouwen, zodat het karakter een aanzien van het dorp snel verandert. De grondprijzen in de hele Kathmanduvallei stijgen trouwens snel.

In Nepal heb je openbare scholen en privéscholen, en de kwaliteit van elk kan sterk variëren maar in het algemeen geldt dat de middelen heel beperkt zijn. Onderwijsontwikkeling, bijscholing en nieuwe leermiddelen zijn er in feite niet. Onlangs heeft de linkse regering ten gunste van de openbare scholen een belasting ingevoerd voor de privéscholen, die daar natuurlijk niet blij mee zijn. Mijn school is een privéschool. Ze beginnen hier met de kleuterklas, dan groep 1 en 2, en dan groep 3 t/m 9. De school heeft betere tijden gekend: ooit hadden ze 300 leerlingen en nu nog maar 100. Er komen steeds meer scholen bij, niet zelden van Koreaanse en Japanse hulporganisaties. Die hebben veel geld en zetten een superschool neer waar alles gratis is, dus voor mijn school komt er steeds meer concurrentie. Het echtpaar dat mijn school leidt weet niet hoe ze hier op moeten reageren, ze doen alles met veel liefde en idealisme, maar met heel weinig praktisch inzicht, organisatie en administratie. Je kunt dat als westerling wel constateren maar je moet niet denken dat je invloed hebt om daar iets aan te doen, zo is hun aard nou eenmaal. Ze hebben nauwelijks geld om te investeren in de school.

Dank zij diverse donaties kan ik de school helpen met 15 nieuwe ramen (het tocht nu aanzienlijk minder), een nieuwe slang voor wateraanvoer, een paar kranen en de reparaties van de kapotte speeltoestellen. Hartelijk dank iedereen namens de school!

Engelse taal is hier een verplicht vak vanaf groep 1. Ik geef les aan klas 5, 6 en 7, wij zouden dat groep 7, 8 en brugklas noemen. 6 lessen Engels per dag en soms wat anders, zoals geografie en geschiedenis (nou ja) van de Westerse wereld. De dag begint om 09.45 uur met de assembly: de hele school staat aangetreden in schooluniform, het volkslied wordt gezongen en er worden mededelingen gedaan, daarna marcheert onder trommelslag het geheel af naar de klassen. De schooluniformen en de kinderen er in, variëren van keurig tot kapot en tamelijk vuil. Bijna 50 % van de leerlingen wordt financieel gesteund door de Stichting Hulp aan Nepal, waarvoor ik hier zit. Er zijn 8 leerkrachten, meest vrouw, die een salaris verdienen van 55 - 75 euro per maand, en dat is niet ongewoon hier. Ze komen meestal niet op tijd en draaien op routine hun lessen, maar ze zijn heel aardig, alhoewel ik niet veel contact met ze heb. Hun Engels is nogal zwak en de afstand is wat groot, ik hoor tenslotte bij Madam, het hoofd van de school. Lesgeven hier is behoorlijk ploeteren voor mij. Van nature ben ik niet gezegend met een grote mate van creativiteit en ik ben wat intellectualistisch. Voor hier kun je beter een praktische jonge vrouw zijn, met een PABO en een wat lossere houding. Maar het gaat. De leerlingen hier zijn gewend om de meest moeilijk dingen uit hun hoofd te leren, maar de vraag is of ze ook echt begrijpen wat ze opdreunen. Stel een vraag waarop het antwoord niet letterlijk in het boek te vinden is en ze weten niet wat ze moeten doen. Ze zijn ook heel verlegen dus je moet niet meteen iemand voor de klas zetten en een verhaal laten houden en ook groepswerk dient heel voorzichtig ingeleid te worden. Er moet veel huis- en stampwerk worden gedaan, maar dat doen ze met veel ijver. Speelgoed hebben ze niet en een computer is geheel onbekend. Per vak hebben ze 1 boek. Ik doe nu oefeningen waarbij ze antwoorden moeten opzoeken in woordenboeken of encyclopedieën en dat beginnen ze steeds leuker te vinden. Er is 6 dagen les, van zondag tot zaterdag.

Ik heb een goed contact met het echtpaar en leef net als zij.-'s Morgens om 7 uur een kopje thee en een koekje, lunch om 12 uur en avondeten ergens rond 7 uur. Het eten maken, vaak op de houtkachel van leem omdat het gas op is en de elektriciteit is uitgevallen (dat gebeurt trouwens in het hele land iedere dag volgens een schema. Dat heet load shedding en is bedoeld om elektriciteit te sparen), neemt een uur of 2 en gebeurt met veel zorg en verse ingrediënten (de school heeft wat eigen land, een koe, een geit en een moestuin). Ik eet net als iedereen iedere dag 2x heel lekker en veel. Meestal rijst met saus en groenten (zelden vlees, en dat mis ik niet), soms chapati. Erbij heet water.

Na het eten kijk ik wat nieuws (BBC, CNN of AL Jazheera) met hun waarbij zij meestal gehuld zijn in een dikke deken, want er is hier nergens verwarming. Tegen 9 uur gaat iedereen ter kooi. Verder is er niets te doen, dus het leven verloopt hier langzaam.

Vrijdagmiddag na school reis ik meestal per propvol busje (in plaats van het maximum van 15 kunnen er best 28 in, inclusief een geit en een paar zakken rijst, maar iedereen schikt geduldig wat in) naar Kathmandu. Meestal heb ik een simpel hotel in de wijk Thamel, het toeristencentrum, maar met een warme douche, bier en een tuin. Ik rommel dan wat aan, schrijf o.a. deze nieuwsbrief, en ga zaterdag om 4 uur weer richting school. Boodschappen doe ik meestal in de volkswijken buiten Thamel: veel leuker en goedkoper, en de mensen daar kunnen het geld beter gebruiken dan die in Thamel. Ik weet er inmiddels aardig de weg, ook door de donkere steegjes als er geen verlichting is).

Een paar weken geleden heb ik een tocht van een paar dagen gemaakt met Peter en Jeanne, het bestuur van de Stichting, om een paar van de schoolprojecten te bezoeken die de Stichting steunt. Zij doen ieder jaar deze inspectieronde naar de verantwoording van de Stichtingsgelden, en dat geheel op eigen kosten! Dat leverde een mooie reis op met vreselijke 7 uur durende bustochten over stoffige karrensporen en lange wandeltochten door de bergen. Ik was onder de indruk wat de leiding van sommige scholen in die echt arme gebieden er van weet te maken. Met zo weinig middelen maar met veel inspiratie en doorzettingsvermogen. De lokale gemeenschap zit mee in het bestuur en zorgt er voor dat die een beetje meebetaalt aan de kosten. De standaardopvatting hier is ook dat overheidscholen slechter zijn dan privé, omdat ze gepolitiseerd zouden zijn. Ik heb die indruk niet.

Gisteren waren alle scholen demonstratief dicht. Uit sympathie met de familie van twee 15 jarige scholieren die na 2 weken vermissing deze week dood en verminkt hier in de buurt werden gevonden. Wie doet zo iets en waarom? Het land is onrustig; de regering geeft geen leiding en toont geen daden, mensen voelen zich onzeker en onveilig, er zijn veel stakingen, soms rellen, de criminaliteit loopt op, er zijn regelmatig ontvoeringen met dodelijke afloop, de jonge Maoïstische kaders (net als in de Chinese Culturele Revolutie de meest fanatieke) willen zich niet laten ontwapenen en gaan door met geweld, maar er zijn zo ook andere groeperingen. Macht, vriendjespolitiek en zelfverrijking zijn ook met deze nieuwe regering nog lang niet verdwenen en dat zijn ook de belemmerende tradities van dit aardige land.

Tot een volgende keer.

Berichten uit Nepal nummer 6

Kathmandu, 27 december 2008.

(De stoom komt nog uit mijn oren nu ik opnieuw aan deze brief begin. Ik was bijna klaar met de tekst in een e-mail toen geheel onverwacht de stroom er af ging. Luid gevloek van iedereen die bezig was, want al het werk was weg.) 

Deze week was een bijzondere week: het was mijn laatste week op school en het was Kerstmis.
In het schoolleven en het lesgeven had ik inmiddels een goed ritme gevonden. Maar ik moet zeggen dat het tot het einde wel een klus bleef: iedere dag 5 tot 6 lessen voorbereiden en 6 dagen per week. Ik heb vooral geprobeerd de kinderen zo veel mogelijk praktische vaardigheden te laten opdoen en dat heeft aardig gewerkt. Ze kunnen nu veel beter overweg met kleine opdrachten uitwerken, het gebruik van de woordenboeken en de encyclopedie. Ook durven ze nu goed vragen te stellen, wat ze meestal allemaal tegelijk zonder op elkaar te wachten, doen. Ik heb 2 excursies naar KTM georganiseerd en die waren een groot succes. Vergeet niet dat de meesten nog nooit in KTM waren geweest. Het beroemde plein Durbar Square bezocht, ik had een gids daarvoor geregeld, met veel oude tempels en het oude koninklijke paleis. Ze hebben ook de Kumari gezien- dat is hier een meisje van 3 jaar die in een tempel woont en gezien wordt als een levende godin; ze blijft dat tot ze vrouw wordt en dan wordt er een nieuwe gekozen- en een offer gebracht en dat betekent hier heel veel. Voor de lunch mochten ze zelf ergens een broodje uitzoeken en een ijsje eten, het eerste van hun leven! En daarna hebben we nog een hoge toren beklommen voor het uitzicht. Het werkstuk dat ze over deze dag moesten maken heb ik zoals altijd voor de correcties individueel met iedereen doorgenomen. Dat is hier niet de gewoonte maar ik heb gemerkt dat ze daar heel positief op reageren. Uiteraard heeft iedereen een Well done onder het werk. Ze kunnen nu ook het Engelse lied Oh Dear, what can the matter be zingen (Neen, niet met de tekst uit het Rugby-songs repertoire) voorafgegaan door het Veritijnse Heb jij je piepertje nog..... Voor de laatste dag had ik een bingo georganiseerd in de laatste 2 uur met voor iedereen een prijs. Daarna werd ik behangen met bloemenslingers, toegezongen en toegesproken met veel dank voor alles wat ik had gedaan en dat ik zo aardig was en of ik snel terug wilde komen. En natuurlijk de zegen voor mijn hele familie. Ik kreeg veel tekeningen en een zelfgebreide shawl voor straks in de bergen. Het was heel aandoenlijk en kan niet anders zeggen dan dat ik daarna met een brok in mijn keel naar het busje voor KTM liep.

Op deze dag had Bina ook twee nonnen en een monnik van een Budhistisch klooster in de buurt uitgenodigd voor de lunch. Ik had ze allemaal een keer eerder ontmoet toen ik daar voor een paar uurtjes meditatie was. Ik kreeg een kata (de traditionele zijden shawl die je hier ten geschenke krijgt of geeft) en ik zei de gebeden in het Sanskriet na.

Wat heb ik nou eigenlijk gedaan, anders dan wat iedereen gedaan zou hebben? Vooral dankzij de vele donaties heb ik de school kunnen verrijken met: gerepareerde speeltoestellen, 25 nieuwe ramen, 30 nieuwe lichtschakelaars en 50 lampen zodat er nu weer overal licht is, wat pijpfitwerk en nieuwe kranen, een nieuwe voetbal en badmintonrackets, nieuwe woordenboeken en nog zo wat kleine dingen waar iedereen blij mee is. En natuurlijk de excursies met de bijbehorende foto's. Heel veel dank daar voor. Het enige wat me irriteerde was dat terwijl ik vaak stond te klussen met elektriciteit of waterleiding, of de zware boodschappen voor mevrouw droeg, echtgenoot en zoon geen hand uitstaken. Maar dat is hier normaal: het is hier net als in de Arabische wereld een patriarchale maatschappij. De mannen doen helemaal niets in het huishouden of voor hun echtgenote: ze wachten op het eten en daarna gaan ze TV kijken. Ik heb veel bewondering gekregen voor de vrouwen in landen als deze. Als je ziet hoeveel zwaar werk ze verzetten voor hun huishouden en daarnaast nog op het land of in de bouw (zo'n mand op hun rug gevuld met stenen of met zand) en dan de zorg voor de kinderen.

Kerstmis was heel bijzonder. Daags tevoren werd opeens bekend dat de regering voor de eerste keer Kerstmis tot een officiële vrije dag had verklaard, dus ik kon iets gaan doen. Ik ging eerst langs de Ashram (een spiritueel centrum) voor een bezoekje aan de tempel, daar kreeg ik een tika (zo'n stip op je voorhoofd). Daarna ben ik in Patan, dat ligt tegen KTM aan, naar de Katholieke kerk geweest voor de Mis. Een grote kerk, vrolijk versiert, kerstboom, kerststal, kerstliederen etc. De gelovigen zitten op de grond maar voor de slecht ter been zijnden zijn er stoelen. De Mis was in het Nepali en in het Engels. Ik was de enige buitenlander met een tika op maar hier is dat zelfs in de RK Kerk niet raar. Een praatje gemaakt met de pastoor. Het christelijk geloof hier trekt steeds meer belangstellenden vertelde hij me. Ik vroeg me af wat er nou zo aantrekkelijk kan zijn aan onze westerse geïnstitutionaliseerde, georganiseerde en gedogmatiseerde geloofsbeleving dat je daarvoor de Hindu levensbeschouwing zou verlaten?

Daarna heb ik een Jezuïeten huis bezocht dat hoort bij het College dat ze hier leiden. Ik zou de groeten overbrengen aan een stokoude pater. Het zijn allemaal van oorsprong Ieren die hier al hun hele leven werken. De pater zat in een rolstoel, was aan het eten en keek naar de formule 1 races op de tv die daarvoor heel hard stond. Hij begreep maar met moeite wat ik kwam doen. Daarna een gesprek met een paar andere paters. Ze waren heel belangstellend naar mijn activiteiten en het feit dat ik zelf op een Jezuïeten College had gezeten oogstte waardering. Ik had al snel weer het gevoel van respect dat de paters van deze orde bij mij altijd weer oproept. Ik werd uitgenodigd voor de lunch en ging daarna met hun zegen weer terug. In Matatirtha met Bina nog langs de Ashram voor een laatste bezoek aan Gurudev. (Een Ashram is een spiritueel centrum, meestal met een klein klooster, tempels en een wijze man. Gurudev is een overtreffende trap van een Guru, hier ziet men zo iemand als heel dicht bij God. Deze man heeft een hele bijzondere uitstraling en het is van hem bekend dat hij bijzondere gaven heeft waarmee hij dingen kan doen die rationeel niet te verklaren zijn. Denk aan genezingen bijv. Iedere dag gaan er veel mensen naar hem toe voor raad of zijn zegen. Je neemt dan een klein geschenk mee en je krijgt iets terug. Denk er van wat je wilt maar hier past dat alles volledig in de alledaagse religieuze beleving van de mensen.) Hij weet eigenlijk alles van je zonder dat je een woord hebt gezegd. Ik kreeg zijn zegen en de praktische raad om mijn hoofd en schouders altijd goed warm te houden want dat zijn mijn zwakke plekken. Daarna keek hij mij heel indringend aan wat een heel merkwaardig gevoel op riep. Bina was later opgetogen want volgens haar had hij iets gedaan dat hij alleen bij hele, laten we zeggen goede en spirituele mensen deed. Opnieuw kom ik dus in dit land aspecten van mijzelf tegen waarvan ik mij niet bewust was. Sowieso kan ik zeggen dat ik me hier anders voel dan in onze samenleving. Ik merkte bijvoorbeeld dat ik een aantal gewoonten geleidelijk heb overgenomen uit de religieuze beleving hier. Regelmatig je omgeving bewieroken, tika's hebben, bellen en gebedsmolens laten bewegen, bepaald gebaren met je handen, altijd een beeld van een god groeten, een klein offer brengen en nog zo meer. Omdat iedereen dat hier voortdurend en overal doet krijg je vanzelf het gevoel van betekenis mee dat dit alles heeft. Zo begon en eindigde deze Kerstdag in de Hindu religie en zat er tussen in de Katholieke en Jezuïtische beleving. Ik denk niet dat ik ooit nog zo'n Kerst zal hebben. Heel gedenkwaardig. 

(Omdat we hier nu nog maar op wisselende momenten 10 uur elektriciteit per dag hebben,

ben ik al 3 dagen met dit verhaal bezig). Ik zit nu in mijn gebruikelijke hotel in de wijk Thamel.

Morgen ga ik op trektocht voor een week of 2 naar Annapurna Base camp (het basiskamp op 4300 meter hoogte van de berg Annapurna, eigenkijk zijn er 4 Annapurna's). Zien hoe ver we komen want er kan veel sneeuw liggen. Het zal nu niet druk zijn want het is laagseizoen. Je merkt het aan alles: er zijn weinig toeristen, de prijzen gaan omlaag en het is gewoon koud.
Na de tocht blijf ik nog een paar dagen in Pokhara en dan nog een paar dagen in KTM en dan komen we naar huis. Op oudejaarsavond zit ik dus ergens hoog naar een berg te kijken.

Ik schrijf hierna als het lukt nog 1 brief over de laatste weken. Misschien kan ik dan ook overbrengen wat dit alles nou voor me heeft betekent en wat je daar van overhoudt. Wat ik al wel weet is dat je er diep in je, meer van overhoudt dan je bewust bent. Dat stuurt je in je leven verder, maar hoe weet ik ook niet.

Ik wens iedereen vanuit een koud Kathmandu een hele fijne jaarwisseling en alle goeds voor 2009. Ik hoop dat het voor Nepal en voor de rest van de wereld een beter jaar wordt dan 2008.

Ronald.

Berichten uit Nepal nummer 7

Kathmandu, 17-1-2009.

Mijn trektocht naar Annapurna Base Camp was prachtig. Met de bus naar Pokhara (een uurtje of 6 voor 120 km), dit keer een toeristenbus die zijn een beetje beter en dezelfde dag nog een stukje omhoog. Heel weinig toeristen op deze overigens zeer populaire route, de meesten kwamen naar beneden. Veel guesthouses al dicht. Met Oud Jaar zaten we met een handvol mensen te kleumen in een guesthouse op 3000 meter. De volgende dag lag er veel sneeuw en ploeterden we naar Annapurna Base Camp op 4130 meter. Geweldige aanblik van die massieve bergen rondom, allemaal tussen de 6000 en 8000 meter, de stilte, de zon. Ik ben zonder gids daarna terug gegaan en heb een langere route genomen zo'n dag of 8. De eerste 2 dagen nog in de sneeuw en de kou, hier en daar een beetje link: smal pad, glad en heel diep beneden is de rivier. Twee passages met lawinegevaar ook veilig genomen. 's Nachts vroor het zo'n 15 graden en in de guesthouses is geen verwarming. Meestal ook geen warm water en het water om de plee mee schoon te spoelen was bedekt met een flinke laag ijs. Soms zetten onder de lange tafel in de eetzaal een kerosinevergasser aan. Afhankelijk waar je zit verbrand je dan onder de tafel aan de voorkant en bevries je nog steeds aan de achterkant. Het is een wonder overigens dat de heleboel niet in de brand vliegt. Meestal liep ik het grootste deel van de dag helemaal alleen. Een indrukwekkend moment was ergens aan het eind van de dag: ik stond op een hoge pas, links van me een enorme vallei naar het zuiden, rechts van me hetzelfde naar het noorden. De ondergaande zon maakte de bergen oranje. Het was doodstil: er waren geen andere mensen, er was geen wind, geen geluid van vogels of van iets anders. Er was gewoon geen enkel geluid, alleen de aanblik van die ontzagwekkende ruimte en ongereptheid om je heen. Ik vond het een verpletterende ervaring. Na een half uurtje kwam er een mevrouw met een mand op haar rug naar boven die een praatje aanknoopte. Of ik niet bang was alleen? Neen, ik heb vanochtend bij de tempel een bloem gebracht en om bescherming gevraagd. Ah, dan is het goed. Of ik niet in haar guesthouse wilde logeren want er was verder niemand en haar man was weggelopen en ze kon goed koken. Neen, bedankt ik ga de andere kant op.
Daarna een paar dagen in Pokhara. Erg toeristisch maar wel leuk en lekker warm. De Communistische vakbond voor horecapersoneel gooide alles, tot grote ergernis van de toeristen, 2 dagen dicht. Maar in de zijstraatjes vindt je genoeg kleine familierestaurantjes, dus ik zat er niet mee. Vervolgens met een bus naar Sauraha, een plaatsje aan de rand en bij de ingang van het Chitwan National Parc. Dat ligt helemaal in het Zuiden van Nepal op de grens met India. Het heeft een tropisch klimaat en was tot medio 20e eeuw een nagenoeg onbetreden en van malaria vergeven jungle. Het zit vol met leeuwen, tijgers, olifanten, rhino's, krokodillen en bijzondere vogels. Sommige delen waren al heel lang het exclusieve jachtgebied voor de Royals en de Rich. Alleen de Tharu, een aparte bevolkingsgroep kon daar overleven van de jacht, de visserij en de landbouw. Sinds de 70er jaren is het geheel (950 m2) een officieel beschermd gebied waar je niet meer in mag wonen. De lokale bevolking werd naar de rand van het gebied gedirigeerd. Daar leven ze nu verder op de manier zoals ze dat al generaties lang doen, gewoon tussen het toeristengedoe door. Het gebied is heel vlak, dus i.p.v. motorfietsen zie je hier net als bij ons enorm veel fietsen, vaak van het degelijke oma-type.

Ik heb gedaan wat alle toeristen doen: een tocht in een (uitgeholde boomstam-)kano over de rivier (vogels en vissen), wandeltocht door de jungle (bos en hoog gras)(wat te doen als je een rhino tegenkomt) en een trip op een olifant. Dat laatste was voor mij de eerste keer en eigenlijk wel het leukst: 5 rhino's, een pauw, veel herten en een paar krokodillen gezien.

En gekke gewaarwording is het dat die allemaal gewoon blijven waar ze zijn: een olifant is voor hun geen vijand en die malloten daar boven op hebben ze niet in de gaten. Je zit er dus aardig met je neus bovenop. Sinds afgelopen dinsdagmiddag laat weer terug in KTM. Daar ligt ook wat werk i.v.m. een project dat ik samen met Bina heb opgezet en waarvoor de Stichting Hulp aan Nepal het geld gaat fourneren. Dit overigens mede dankzij een gift die ik gedaan heb van het geld resteerde van alle donaties; er was meer dan ik hier een goede en verantwoorde bestemming kon geven. Een bijzondere dank voor mijn Vereniging Ultrajectum die de opbrengst van de Kerstwedstrijd (250 euro!) doneerde. Het wordt een workshop waar (achtergestelde en arme) vrouwen kunnen leren naaien, verstelwerk doen, breien en kleren maken. Daarmee kunnen ze wat extra inkomen genereren of kosten besparen. Ik heb het projectplan gemaakt en nu moet ik Bina wat helpen om de zaak georganiseerd op gang te krijgen. En er is natuurlijk mail om te beantwoorden en een verhaal te schrijven. Het is een rommelige tijd van heen weer lopen en reizen met bus, die nogal eens uitvalt wegens stakingen en demonstraties. Er is de laatste tijd nogal wat communistische agitatie tegen de pers en nu is er een journaliste vermoord en dat geeft een enorme hoop heibel. Wat de mensen nu in ieder geval meer mogen dan vroeger is de straat op gaan om hun mening of gevoel te uiten en dat doen ze dan ook om de haverklap. Dan zetten ze gewoon een paar kruispunten af en dan staat vanzelf alles stil. De politie grijpt niet in, wat wij natuurlijk weer niet begrijpen, maar het voorkomt escalaties. Er is nu nog maar 8 uur per dag elektriciteit. Wegens een lokale actie van een paar dorpen kan het huisvuil van KTM niet afgevoerd worden en dat hoopt zich dus duidelijk zichtbaar op. Deze laatste dagen, de hele tijd in Thamel, zijn niet echt mijn kopje thee. Iedere avond met al die toeristen bij het kampvuur in de tuin van het hotel en diezelfde verhalen steeds weer. Mensen gedag zeggen en hier en daar nog wat regelen.
Tijd om het verblijf hier te beëindigen dus. Ik heb in deze maanden heel veel verschillende facetten van dit land gezien. De grote stad, het dorpsleven en het platteland, het schoolleven en het leven bij een Nepalese familie. Bergen van de Himalaya in het noorden en de vlakte van de Terai in het zuiden. De verschillen tussen een aantal bevolkingsgroepen en hun tradities. Ik heb kennis genomen van de laatste politieke en economische ontwikkelingen en thema's. En ik heb een beetje meegedaan met de religie. Heel veel dus en daar ben ik gewoon dankbaar voor. Het heeft me verrijkt en me meer over me zelf geleerd. In tegenstelling tot wat je hier veel om je heen hoort, in het bijzonder van oudere mensen, geloof ik niet dat je een deel wordt van deze maatschappij als je hier langer zit. Dat lijkt misschien zo omdat de mensen aardig zijn en je lekker wat meerommelt .Maar in feite sta je gewoon langs de kant, je kunt een beetje meedoen maar je wordt geen deel van het geheel. Van welk geheel trouwens? Er zijn hier bijna 100 verschillende groepen met generaties lange tradities en stijlen, dan heb je de politieke en economische elites, de nog steeds actieve strijdgroepen van verschillende facties, militante vakbonden, en noem maar op. En iedereen stelt zijn eigen belang en groep voorop. Daar sta je als buitenlander alleen maar tussen. Niet idealiseren dus het leven hier. Toch ben ik tevreden over mezelf hier. Ik heb een kleine structurele bijdrage geleverd aan de ontwikkeling en het schoolplezier van 20 kinderen en aan hun school. Maar ik krijg veel meer mee terug dan ik hier heb bijgedragen. Gesprekken die ik heb gehad met mensen die hier ook langere tijd hebben gewoond en gewerkt bevestigen dat. Iets in je verandert op een niet geheel verklaarbare wijze maar het maakt dat je anders terug komt dan je er heen bent gegaan. Hoe je dat gebruikt, een overigens typisch westerse manier van nuttigheidsdenken, is alleen na verloop van tijd als je terugkijkt vast te stellen.
Dat was het dan. Tot binnenkort.
De laatste groeten vanuit Kathmandu.

Ronald.